Wie zijn wij?

Als Hervormde Gemeente van Sliedrecht in de Protestantse Kerk van Nederland zijn we onderdeel van de wereldwijde gemeente van Jezus Christus.
Over Hem lezen we in de Bijbel: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3: 16).
Die tekst zegt veel. Over onszelf, als mensen. Namelijk dat we zonder Hem verloren zijn.
Maar die ene zin bevat tegelijkertijd ook veel goed nieuws.
Jezus Christus is gestorven voor onze zonden en uit de dood opgewekt.
Op grond hiervan schenkt Hij vergeving van zonden en een nieuw en eeuwig leven.
Als gemeente van Christus leven we van dit Evangelie, deze blijde boodschap.
In dankbare gehoorzaamheid aan Zijn opdracht dienen we, als goede leerlingen met woord en daad, onze naasten die het Evangelie niet kennen of daarvan vervreemd zijn.
Want we verlangen ernaar dat ook zij delen in het heil van Jezus Christus.

Een zelfportret in steen

In ons dorp aan de rivier staat de Grote Kerk van de hervormde gemeente van Sliedrecht. Het is een oud gebouw met een toren waarin de klok zijn vaste uren slaat. Eeuwenlang staat dit gebouw er al en komen er mensen de kerk binnen om plaats te nemen in de banken. Waarom komen zij hier en wat geloven zij? Als de stenen van deze kerk konden spreken, welk verhaal zouden ze ons dan vertellen? Laten we het aan de stenen gaan vragen!

 

Een houten kerkje en een toren van tufsteen

De fundering van de kerktoren stamt uit het jaar 1000 en het onderste deel van de toren is opgebouwd uit tufstenen die in die tijd werden gebruikt. Wellicht heeft er daarvoor al een houten kerkje gestaan. Dit alles betekent dat Gods licht omstreeks de tiende eeuw in de kerk van Sliedrecht is gaan schijnen.
Deze kerk stond onder het gezag van Rome. Vanuit Rome is door monniken het Evangelie gebracht. Voor het eerst hoorden de mensen hier dat God de wereld had geschapen als een volkomen wereld, maar dat de mens is gevallen in de zonde. Ze mochten echter ook horen dat God in en door Israël een weg heeft gebaand van verzoening en herschepping: uit Israël is Jezus van Nazareth geboren, de Middelaar Gods en der mensen die ook voor de heidenen het heil heeft geopend.
De sacramenten van doop en avondmaal zijn in deze kerk bediend. Er is gezongen en gebeden en het geloof is beleden met de woorden van de drie katholieke belijdenissen van de Kerk (de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Belijdenis van Nicea en de Belijdenis van Athanasius).
Zo hebben de mensen het heil mogen ontvangen en ook mochten ze de vertroosting van God ervaren in de zware strijd van het dagelijks leven. Dat was een strijd tegen honger, armoede en ziekte, maar vooral tegen de voortdurende dreiging van het water. Vele watersnoden – waaronder de St. Elizabethsvloed uit 1421 – hebben het land geteisterd en de mensen gestempeld.

 

Hervorming in de kerk en een klok in de toren

Helaas verdonkerde het licht Gods door de eeuwen heen. Binnen de kerk van Rome groeiden allerlei misstanden. Het geloof werd minder een zaak van Gods genade en meer een zaak van menselijke verdienste. Een Reformatie was daarom nodig. Maarten Luther werd hiertoe door God geroepen. Hij streefde naar een hervorming binnen de Kerk. Helaas is dit niet gelukt. Hij werd in de ban gedaan en de Reformatie is buiten de Kerk van Rome tot stand gekomen.
Ook Sliedrecht liet dit niet onberoerd. Tussen 1517 en 1523 preekte hier in Sliedrecht en omstreken de eerste ‘protesterende’ evangelieprediker, de dominicaan Wouter, bijgenaamd ‘de Lutherse monnik’. Hij plaatste het Woord van God weer in het volle licht. Verschillende aanhangers van hem werden ter dood gebracht en hijzelf moest in 1528 vluchten naar Straatsburg.
Zijn werk bleef echter niet zonder zegen. In 1581 kwam hier de eerste predikant, Ds. Wilhelmus Lontius. Hij was hier tot 1584, het jaar waarin Willem van Oranje werd vermoord. Hij woonde in Dordrecht want door de Tachtigjarige Oorlog was de situatie in Sliedrecht erbarmelijk: Er waren hier veel Spaanse soldaten met het oog op de oorlogstactiek van polderinundaties. Lontius’ opvolger was Arnoldus Wassenburch (1584 – 1603). Hij woonde eerst negen maande in de kerk voor hij de pastorie kon betrekken. Op de groene borden In de consistorie van de Grote Kerk zijn hun namen (en de namen van alle latere predikanten) nog te zien!
In het spoor van de Reformatie is in ons land de ‘Nederduitse gereformeerde kerk’ ontstaan (pas in 1816 werd zij ‘Nederlandse Hervormde kerk’ genoemd). In het nabijgelegen Dordrecht werd tussen 1618 en 1619 de beroemde Synode van Dordrecht gehouden. Hier werden drie nieuwe Belijdenisgeschriften (de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leeregels) toegevoegd aan de drie oude katholieke belijdenissen. Ook werden hier allerlei kerkordelijke zaken besproken en vastgelegd.
In deze begintijd van de Reformatie heeft men in Sliedrecht besloten om de toren van de Grote Kerk te verhogen en er een klok in te hangen. De klok stamt uit 1604 en draagt als Latijns opschrift: ‘Verbum Domini manit in aetrum’: ‘Het Woord des Heeren zal blijven tot in eeuwigheid’. Deze klok symboliseert de strijd van de Reformatie. Elk uur dat zij slaat herinnert zij ons hieraan!

 

Een kerk in brand en een toren op instorten

In 1762 brak er brand uit in de Grote Kerk en het hele gebouw werd hierdoor verwoest. Alleen de toren bleef staan. In 1763 is men met de herbouw van de kerk begonnen en het huidige gebouw stamt uit die tijd. In 1825 werd er een zware opbouw op de toren gezet. Hierdoor is deze toren langzaam maar zeker te zwaar geworden. Hij begon door zijn eigen fundament te zakken, zoals men pas in 1952 ontdekte, waarna de fundering opnieuw is gelegd.
Ook in geestelijke zin kwam er brand in de kerk en werden haar fundamenten onder druk gezet. Koning Willem I probeerde via het Kerkelijk Reglement van 1816 zijn invloed te doen gelden binnen de kerk. In ons land begon de moderniteit invloed te krijgen: in het licht van de menselijke rede en de wetenschap werden Gods licht en het geloof onder kritiek gesteld. In dit spoor ontstond er binnen de kerk een sterk vrijzinnige stroming. Ook in Sliedrecht waren er predikanten en kerkleden die ontvankelijk waren voor de moderne ideeën.
Als reactie hierop gingen verschillende hervormden mee met de Afscheiding (1834) en zij stichtten nieuwe kerken. De meest uitgesproken vrijzinnigen scheidden zich in 1929 af van de Hervormde gemeente en vormden een eigen verenging (‘Onze roeping getrouw’). Zij die zich niet hebben afgescheiden zijn door de jaren heen uitgegroeid in twee stromingen of richtingen: de Confessionele modaliteit (wijk 1 en 2) en een ‘Evangelisatie’ die in 1960 is uitgegroeid in de Gereformeerde Bonds-modaliteit (wijk 3 en 4). Binnen deze ‘Evangelisatie’ of Gereformeerde Bonds-modaliteit legde men een sterk accent op de prediking in de lijn van Schrift en belijdenis, de noodzaak van wedergeboorte, de oproep tot bekering en geloof en het appèl op de dagelijkse heiligmaking. Binnen de kerkdiensten werd er gelezen uit de Statenvertaling en werd de Psalmberijming van 1773 isoritmisch gezongen (momenteel wordt er gelezen uit de Herziene Statenvertaling en wordt de Psalmberijming van 1773 ritmisch gezongen).
Toen de Nederlandse Hervormde Kerk in 2004 opging in de Protestantse Kerk van Nederland, sloot men zich aan bij het Convenant van Alblasserdam, waarin werd vastgehouden aan de gereformeerde belijdenis.

 

Een Kerk in het heden en een toren tegen de skyline

De Grote Kerk staat er nog steeds. De toren is opnieuw gefundeerd. De klok slaat ieder uur haar slagen. Maar de tijden zijn veranderd. De kerktoren is al lang niet meer het hoogste punt van Sliedrecht. We leven in een (post)moderne wereld van hoogbouw waarin de skyline wordt bepaald door kantoren en woonflats.
Maar toch is de Kerk Gods nog altijd aanwezig. Iedere zondag gaan vele kerkgangers dit Godshuis binnen. Wat zeggen de stenen van de Grote Kerk over ons in het heden? Het is niet gemakkelijk om in dit opzicht over onszelf te spreken. We zijn kleine mensen. We kunnen slechts van en uit genade leven voor Gods aangezicht. Daarom kunnen we ook alleen iets zeggen over wie we zijn in een heenwijzende zin: we wijzen naar Iemand buiten onszelf. In dit licht willen we dan een viertal dingen zeggen.

Met het oog gericht op God zijn we, naar wij geloven, allereerst en allermeest Kerk van Christus. De drie-enige God – Vader, Zoon en Heilige Geest – bouwde en bouwt in Israël en, via Israël, over de gehele wereld én ook in Sliedrecht Zijn eeuwig Koninkrijk via de weg van Zijn gemeente. Dat deed hij in het verleden en dit doet Hij in het heden en dat zal Hij doen in de toekomst tot op de dag van Christus’ wedekomst. Op dat fundament mogen wij staan.

Met het oog gericht op hen die ons voorgingen mogen we ons verbonden weten met de Kerk van alle tijden en plaatsen. Onze Grote Kerk met haar toren symboliseert dit alles. Vanaf de tiende eeuw is hier gedurende de Middeleeuwen het Evangelie gepredikt. We omarmen van harte de waarheid die hier is gepredikt en we beamen ook het spreken van de Kerk in haar drie katholieke Belijdenissen. We betreuren de breuk met Rome in de zestiende eeuw en gaan verder in het spoor van de Reformatie. We omarmen de drie gereformeerde Belijdenisgeschriften die in dit spoor zijn ontstaan en houden vast aan de gereformeerde traditie. Tegenover de vrijzinnigheid van de moderniteit houden we als gemeente binnen de PKN vast aan Gods eeuwige Woord. In de schriftuurlijke en appellerende verkondiging hebben wezenlijke Bijbelse noties zoals wedergeboorte, bekering, geloof en een leven in toewijding aan God en onze naaste een belangrijke plaats.

Met het oog gericht op onze eigen gemeente voelen we op onze schouders de taak rusten om in het heden en in de nabije toekomst een getuige van Christus te zijn. Dit stelt ons voor vele vragen.
Hoe kunnen we als kerkenraden leiding geven aan de gemeente van Christus in een tijd met grote maatschappelijke veranderingen zoals de individualisering en de digitale revolutie? Wat betekent dit alles voor het gezag van de ambten, de behoefte aan liturgische vernieuwingen (die enerzijds aanwezig is en anderzijds wordt afgewezen), de binding met de eigen gemeente (die lang niet altijd meer vanzelfsprekend is) en verandering van geloofsopvattingen?
Ook vraagt het veel wijsheid om beslissingen te nemen in het licht van allerlei ontwikkelingen die zich in onze gemeente voordoen. Zo vervagen grenzen die voorheen scherper getrokken werden. De vier wijken trekken in een aantal opzichten meer samen op (zo in de Stille Week en tijdens gezamenlijke gemeente-avonden rond ‘discipelschap’). Het onderscheid tussen de Confessionele- en de Gereformeerde Bonds- wijken lijkt bij sommigen weg te vallen, met als gevolg een ‘modaliteitsoverstijgende’ kerkgang. Anderen zien deze ontwikkelingen echter met de nodige zorg tegemoet omdat er volgens hen zaken ter discussie staan die het wezen van de gereformeerde identiteit betreffen.

Met het oog gericht op kerk en wereld in bredere zin gevoelen we een sterke roeping. Deze roeping stelt ons voor vele vragen. Hoe staan we tegenover andere kerken (rooms-katholieken, orthodoxen en de vele protestantse en evangelische denominaties)? Hoe kunnen we in een verscheurde wereld met grote spanningen en conflicten zicht houden op Christus en Zijn komend Koninkrijk? Hoe kunnen we in missionaire en diaconale zin een vluchtheuvel zijn te midden van deze wereld? Hoe beoordelen we de steeds invloedrijker wordende Islam? Hoe staan we tegenover het vluchtelingenprobleem Wat is de plaats van Israël en de Kerk binnen deze veranderende wereld? Kortom: Hoe kunnen we in ons land en daarbuiten getuige zijn van Christus in zending en apostolaat?

De opdracht, zoals we die in de bovenstaande vier facetten hebben genoemd, lijkt te groot te zijn voor ons. Maar God vraagt ons om in Zijn kracht te gaan. Mogen we dat doen in de overvloeiende genade en vertroosting van God Zelf en in het vertrouwen dat Hij Zijn Kerk niet zal begeven of verlaten.
Moge de Grote Kerk van Sliedrecht daarom met haar toren blijven staan in ons dorp aan de rivier totdat de dag aanbreekt dat Zijn Koninkrijk komt, het eeuwig Jeruzalem: ‘De stad die fundamenten heeft, waarvan God de Bouwer en Ontwerper is’ (Hebr. 11:10).

Kerkdiensten

Iedere zondag komt de Hervormde Gemeente van Sliedrecht bijeen in de Grote Kerk en de Maranathakerk om naar het Woord van God te luisteren, om samen te bidden en Gods lof te zingen.
In de diensten kennen we een centrale plaats toe aan de preek, de uitleg en verkondiging van de Heilige Schrift.
De Bijbel geldt voor ons als het onfeilbare Woord van God, gezaghebbend voor ons geloof en ons dagelijks leven.