Bij de diensten van de wijken 1 en 2

Zondag 28 november begint de periode van Advent. Een tijd om ons te richten op de komst van God naar deze verloren wereld en naar ons verloren mensen. Me dunkt dat we er als kerk goed aan doen hiervoor tijd te nemen. Dat vraagt om afstemming, niet op de door hoe-dan-kerst-tijdens-corona gedomineerde media, maar op God en zijn woorden. Advent vieren we volgens Góds kalender. We vragen niet: ‘Wat doe jij straks met Kerst?’, maar ‘Wat doet Hij met Kerst?’ We vragen niet: ‘Wat is er in december mogelijk voor óns?’, maar ‘Wat is er nodig voor zíjn Koninkrijk?’ Dat zijn verwachtingsvolle vragen. Gaat God door zijn Geest wat doen in deze tijd? In deze wereld, in jouw leven? Verwacht je daar wat van? Of voelen we ons vooral murw geslagen, teleurgesteld, moe. Is het vuurtje tot niet meer gereduceerd dan een klein vlammetje?
Zo begint Advent. We steken zondag de eerste kaars aan. Het licht is klein en kwetsbaar. Net als ons geloof. Daarom is het prachtig dat we ook het Avondmaal mogen vieren. Het sacrament dat ons is gegeven om juist een kwetsbaar geloof te versterken. Brood en wijn worden ons aangereikt, en we worden uitgenodigd dit dankbaar te ontvangen. De Gastheer die nodigt, is degene die zegt: ‘Ik ben degene die leeft; Ik was dood, maar nu leef Ik tot in eeuwigheid!’ We vieren de Maaltijd in de verwachting van zijn komst. De verkondiging komt zondag in de Maranatha Kerk ‘s morgens uit Openbaring 1: 9-20, en
’s avonds uit Openbaring 2: 1-7. Voorganger in beide diensten is ds. M.H. Vastenhout.
We zien uit naar een bemoedigende zondag!