[Wijk 3&4] Bij de dienst

Lukas 7: 19b

Een spannende (in)dringende vraag.
Bent u het die komen zou of verwachten we een ander?
En dan uitgerekend van Johannes de doper! Hij heeft in sprekende beelden de komst en het optreden van Hem die na Hem komt, getekend. Vol overtuiging. Hij spreekt tot de verbeelding. Als een wat raadselachtige figuur die uit de woestijn opduikt en bij de Jordaan doopt. In hem neemt de sterke verwachting van die dagen vlees en bloed aan. Er gebeurt iets bij de Jordaan. Het oordeel wordt aangezegd. En buiten tempel en priesters om klinken woorden van vergeving. Het bruist en zindert. Johannes is de heraut. En het volk heeft hem (h)erkend!

Wat hoofdstukken verder treffen we Johannes in de gevangenis. Zijn leerlingen komen naar de kerker in het Overjordaanse. Ze zullen over de ‘Gekomene’ hebben gesproken. In het hart van Johannes groeien de vragen. De onrust en de vervreemding kruipen omhoog. Dan stuurt hij twee van zijn leerlingen met de loodzware vraag naar Jezus’ optreden. Ik zie niets van het oordeel  dat ik heb aangekondigd. Ik begrijp u niet. Bent u het wel die komen zou? Hij kan Jezus niet volgen… Herkenbaar toch? Ja voor ons! Maar hier gaat het nota bene om Johannes. De man die met zoveel overtuiging Jezus heeft aangewezen. Die een stem uit de hemel hoorde. Die… Opeens is hij kwetsbaar wanneer hij het zicht op de Heere kwijt is. Wanneer de vragen het lijken te winnen. De aanstoot tegen de weg die de Heere gaat, spoelt over hem heen. Weerstand die alleen overwonnen wordt door Gods ontferming. Het geloof blijft een ‘onrustig ding’. ( Luther) Johannes wordt geholpen door hem de ‘ heerlijkheid van God’ te laten zien. Zijn ontferming in de nederige weg die de Heere gaat.

Heeft Johannes zich dan vergist? Toen hij zei dat Jezus het oordeel zou voltrekken? Nee. Hij had gelijk. Die dag komt. Alleen nu nog niet. Er zit meer ruimte in Gods handelen. De ruimte van zijn genade. God geeft voorrang aan Zijn ontferming. Johannes staat bij de scheidslijn. Van het oude naar de doorbraak van Gods koninkrijk. Daarom: wie Christus omhelst in het geloof, deelt in het nieuwe en is zo groter dan Johannes.

Welk eenzijdig beeld heeft Johannes de Doper van ‘Die na hem komt’? Zou eenzijdigheid  in ons beeld van de Heere Jezus voor ons ook een gevaar kunnen zijn?  Of ligt het gevaar in het evenwicht omdat we er dan een ‘ evenwichtige’  ‘leer ‘van maken waar de kracht uit is?

Wat doet het met u / jou dat n.b. Johannes het spoor zo bijster was? Verwarrend? Leerzaam? Hoe dan?