Bidden is wachten

Want zie, hij bidt (Hand. 9: 11)

Voor de poort van Damascus verschijnt Jezus aan Saulus. Een licht omschijnt hem en de woorden klinken: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?’ Saulus valt op de grond, blijkt blind en is drie dagen lang niet in staat te zien, te eten en te drinken. De verschijning die Saulus ten deel valt, doet denken aan het visioen dat Ezechiël krijgt. De profeet ziet een hemelse troonwagen waarop de HEERE verblijft. Ezechiël durft maar amper te zeggen wat hij ziet. Het is een verschijning van de heerlijkheid van de HEERE. Wanneer hij dat ziet, werpt hij zich met zijn gezicht ter aarde en hoort de stem van Iemand Die spreekt (Ez. 1). Hij moet opstaan en ontvangt zijn roeping als profeet (Ez. 2). In Handelingen 9 gaat het bij Saulus ook om roeping. Zeker, daar heeft hij radicale bekering, omkeer voor nodig. Door de ontmoeting met Jezus heen ontvangt hij vergeving van zonden en wordt hij door de doop in Christus ingelijfd. Het grote doel is Saulus in dienst te roepen, zoals Ezechiël geroepen werd. De Heere zegt tegen Ananias: ‘Deze (Saulus) is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten’. Jezus blijkt de Koning die een rebel tot dienaar maakt. Hij zegt tegen Saulus: ‘Sta op en ga de stad in en daar zal u gezegd worden wat u moet doen’.
De Koning geeft een bevel en verwacht gehoorzaamheid. Saulus gehóórzaamt. Hij gaat de stad in en wacht op nadere bevelen van de Koning. Jezus wordt in dit gedeelte niet voor niets een heel aantal keren ‘Heere’ genoemd. Hij is de ‘Kurios’, de Koning. Hij regeert en is in het boek Handelingen door de kracht van Zijn Geest aan het werk, machtig en onstuitbaar. Dat moet ook Saulus ervaren. Hoe zijn die drie dagen voor Saulus geweest? Het staat sober beschreven. ‘En zie, hij bidt’. Diepe verootmoediging voor God en belijden van schuld zal een plaats hebben. Maar zijn gebed is zeker ook ‘wachten op God’. Heeft de Heere niet gezegd: ‘Sta op en daar zal u gezegd worden wat u moet doen’? Wij leven toe naar de viering van het Heilig Avondmaal. Hoe bidden wij in deze week? Er is alle reden voor diepe verootmoediging. Wachten we daarnaast ook op God, beschikbaar voor Hem? Echt bidden is overgave, volgen. Saulus kreeg een concrete opdracht. Zijn roeping heeft iets unieks en doet denken aan een profeet zoals Ezechiël. Maar ook wij worden geroepen tot dienst, in een leven waarin voortdurend keuzes gemaakt moeten worden, in een leven waarin van alles onze aandacht opeist. Wat is de weg van de Heere? Waar liggen de prioriteiten? Waar wil de Heere ons hebben? De Heere komt tot ons om ons te leiden door Zijn Woord en Geest, terwijl Hij ook andere mensen inschakelt. Saulus heeft te wachten op God. Drie hele lange, lange dagen. Wachten betekent geduld hebben. Wachten zet een streep door ons ongeduld. We leven in een maatschappij waarin alles meteen beschikbaar moet zijn. Bij de Heere gaat het er heel anders aan toe.
Hij maakt soeverein als Koning de dienst uit. Hij leert te volgen van stap tot stap. Rondom het Avondmaal wordt gebeden om de Heilige Geest die door brood en wijn des te sterker aan Christus verbindt. Zo wordt de genade ontvangen om te oefenen in het geduldig wachten en om beschikbaar te zijn. Leef je als een biddend mens die wacht op God?