Meditatie

“Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, 
stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat 
zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor 
anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.”
(Lucas 6: 38)

Het leven lijkt vaak een kwestie van geven en nemen. Partners moeten soms geven en nemen. Ouders moeten in de opvoeding vaak geven en nemen. In onderhandelingen tussen werkgevers en werknemers geldt eveneens de regel van geven en nemen. En gaat het er in de kerk anders aan toe? Ook in de gemeente geldt vaak dat allerlei groeperingen naar elkaar toe moeten geven en nemen, omdat het niet iedereen naar de zin gemaakt kan worden. Jezus stoort ons nu in deze menselijke regel. Jezus zegt: het leven is niet een kwestie van geven en nemen maar van geven en gegeven worden!

Jezus maakt aan zijn leerlingen duidelijk, dat zij méér behoren te doen dan gewoonlijk. Jezus wijst op de hemelse Vader. God laat zich kennen in Jezus Christus. Jezus toont ons aan, dat God de Vader vol is van barmhartigheid. Barmhartigheid is een woord, dat alles te maken heeft met sterke innerlijke liefde. God is in zijn diepste wezen barmhartig. Wat Jezus nu tegen zijn leerlingen zegt, is dat zijn leerlingen de glans van Gods barmhartigheid behoren te weerspiegelen en als volgelingen van Jezus Christus eveneens barmhartig behoren te zijn. Als gemeente van Jezus Christus zijn we ertoe geroepen om reflector te zijn van de majesteit van God. Dat is de diepste reden die Jezus aandraagt waarom zijn leerlingen méér dan het gewone behoren te doen.

De tekst over het geven staat dan ook in het bredere kader van het omgaan met anderen. Jezus houdt zijn leerlingen voor, dat het heel gewoon is om mensen lief te hebben, die zelf liefde geven en warmte uitstralen. Jezus gaat veel verder en vraagt zijn leerlingen om hun vijanden lief te hebben. Dat is menselijkerwijs onmogelijk! Daarin schieten we persoonlijk en als gemeente steeds weer in tekort. Deze woorden van Jezus gaan dwars tegen ons menselijke gevoel in. Jezus doorbreekt onze menselijke wet van ‘geven en nemen’. En dat is echt een bekering!

Aan het geven van geld, tijd en vooral liefde zonder voorwaarden te stellen, zit de belofte vast dat we zullen ontvangen. Jezus zegt zelfs, dat we dan veel, overvloedig zullen ontvangen. Met een heel concreet beeld zegt Jezus dat de belofte is, dat ons “een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal worden toebedeeld.”

We kunnen denken aan de erfenis die in de hemelen wacht op degenen die geloven. Wie volhardt tot het einde ontvangt een overvloedige erfenis en mag ingaan in de volle heerlijkheid van Jezus Christus. De andere rijke, overvloedige gave, die Jezus ons belooft; is dat we kinderen van de Allerhoogste worden genoemd. We mogen door de genade van God kind aan huis zijn bij de Allerhoogste God. We mogen binnenkomen bij de Almachtige Schepper van hemel en aarde! Wat een geschenk!

Ons alledaagse leven is vaak een kwestie van geven en nemen. Deze woorden van Jezus zetten ons op een ander been. Het is een werkelijke bekering van ons denken: het gaat in het Koninkrijk van God, onder de leerlingen van Jezus Christus, om geven en ontvangen. Jezus nodigt ons als gemeente uit om met vallen en opstaan ánders te zijn dan menselijkerwijs gesproken normaal is, als het gaat om het liefhebben van vijanden en om het oordelen van anderen. Jezus nodigt ons uit om ánders te zijn als het gaat om het geven van geld, tijd en talenten. Wanneer je zo geeft, ontvang je overvloedig: de rijke erfenis van het hemelse Jeruzalem en de belofte om kind aan huis van de Vader te zijn.

Zo staat het voorgeschreven,
zo is het steeds voorzegd,
wie achter is gebleven
krijgt eerstgeboorterecht!

J.W. Sparreboom