Meditatie                                                                  

IJzer scherpt men met ijzer; zo scherpt een man het gezicht van zijn naaste
(Spreuken 27: 17).

Mijn vader moest af en toe de zeis haren. Met een speciale hamer – de haarhamer – tikte hij de bobbels en andere kleine beschadigingen aan de rand van de zeis weer weg. Zo werd dat nuttig stuk gereedschap gescherpt. Een secuur werkje. IJzer tikte op ijzer.

Misschien hebben u of jij dit weleens gezien in de slagerij: de slager die zijn messen scherpt door die langs een ijzeren staaf te bewegen. Een wat eng geluid, trouwens. Maar nuttig om de messen te scherpen. IJzer of staal wordt langs ijzer of staal bewogen.

IJzer scherpt men met ijzer, aldus Spreuken 27. Een oude wijsheid die tot op de dag van vandaag opgeld doet. Deze uitspraak betekent dat het gelijke met het gelijke wordt gescherpt. Een beeldende uitspraak. Dit beeld kan worden overgedragen op de verhoudingen tussen mens en mens. De ene mens slijpt de andere. De man scherpt het gezicht van zijn naaste. Het woord ‘gezicht’ staat voor de hele mens.

In de omgang met elkaar wordt het gezicht, de verschijning, het gedrag – kortom: de hele mens – gevormd. Grofheden worden afgeslepen, het karakter wordt bijgeslepen. Door de anderen krijgt de mens zijn profiel. Daarbij is het wel belangrijk met wie we omgaan. In het negatieve geredeneerd: ‘Waar je mee omgaat, word je mee besmet.’

Bij het gezicht behoren vooral de volgende functies: het praten, kijken en horen. Joodse uitleggers zeggen dat de uitspraak vooral van toepassing is op hen die de Thora – het Oude Testament, de Bijbel zouden wij zeggen – bestuderen. Het inzicht verdiept zich, de aandacht wordt verscherpt als men met elkaar studeert en discussieert.

Daarmee zijn wij in onze gemeente bezig op de kerkenraad, een kring, een vereniging of een club. Samen luisteren naar het Woord, daarover met elkaar praten en al doende elkaar opscherpen. IJzer scherpt men met ijzer. De ene broeder kan leren van de andere broeder, de ene zuster kan leren van de andere zuster. Dat is in het dagelijks leven toch ook zo? Hoe leer je allerlei vaardigheden? Gewoon door iets samen te doen en te kijken hoe die ander iets doet. Zo mogen we ook in de geestelijke dingen met elkaar bezig zijn.

IJzer scherpt men met ijzer. De vraag is: Willen wij een ijzer zijn voor de ander? Heb ik ook oog voor die ander? Om van hem of haar te leren of dat ik hem of haar iets kan leren? We zijn er in de gemeente niet alleen voor onszelf. We zijn er ook voor die ander. Want ijzer scherpt men met ijzer. Amen.

J.M. van Wijk