Sterven met lege handen

Het is volbracht! (Johannes 19: 30)

Hij was nog maar begin 30 toen zijn levenseinde kwam. Ik bedoel Alexander de Grote, de man die heel lang geleden door middel van een lange veroveringstocht bijna de hele wereld voor zich wist te winnen.

Volgens een legende heeft deze Alexander met het oog op zijn levenseinde het volgende verlangen gehad, een dichter heeft het als volgt verwoord: ‘Laat mijn twee handen zijn ontbloot en uit de baar naar buiten steken’. Wat wilde deze veelbelovende dertiger? Dit: aan het einde van zijn leven wilde hij zijn lege handen laten zien.

Sterven met lege handen . . .

Hij was nog maar begin 30 toen Zijn levenseinde kwam. Ik bedoel Jezus van Nazareth. Ik zie Hem hangen aan een kruis. Ik zie een bordje boven Zijn hoofd: ‘Jezus, de Nazarener, de Koning der Joden’. Ik zie de spijkers in Zijn handen . . . Ik hoor Jezus Zijn laatste woorden uitspreken: ‘Het is volbracht’. In de grondtekst van het Nieuwe Testament bestaan de laatste woorden van Jezus slechts uit één woord: TETELESTAI.

Het werk van Jezus zit erop.

Al terugbladerend in het evangelie naar Johannes hoor ik over Zijn werk. Ik hoor Hem bidden tot Zijn Vader: ‘Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen’. Het werk van Jezus zit erop.

Als ik op de handen van Jezus let, dan geldt ook nu: Sterven met lege handen. Als ik echter op de mond van Jezus let, dan gaat dat niet op. Jezus sterft met volle handen. Zijn handen zijn vol van Zijn werk.

Ik vind het opvallend dat de evangelist Johannes niet schrijft dat Jezus gezegd heeft: ‘Váder, het is volbracht!’ De laatste woorden van Jezus gelden blijkbaar niet alleen zijn Vader.

‘Het is volbracht’. Deze woorden zijn bestemd voor . . . iedereen! Niemand uitgezonderd! Jezus sterft immers met vólle handen. Dat mag iedereen horen en dat mag iedereen zien.

Ik mag aan de voet van het kruis mijn handen ophouden. Op Golgotha betekent sterven immers erven. Ik mag mijn lege handen laten zien. Om te ontvangen: vergeving . . . eeuwig leven… Om het werk dat volbracht is. ‘k Zal mijn hand op Jezus leggen, ‘Amen’ op Zijn offer zeggen. Dat is geloven. Ten voeten uit. Geloven is ‘Amen’ zeggen op het laatste woord van de stervende Jezus. Het leven van Jezus is samen te vatten als één grote demonstratie van Zijn Vader. Het sterven van Jezus vormt hiervan de grote climax.

‘Het is volbracht’. Het laatste woord van Jezus onthult het Vaderhart van mijn God.

Wie God? God is liefde!

Jezus sterft. Opeens besef ik: ook ik moet eenmaal sterven. Als mijn levensverhaal een successtory is als het leven van Alexander de Grote, maar ook als mijn levensverhaal precies het tegenovergestelde is: totaal mislukt. Ook ik moet eenmaal sterven. En: met lege handen…

Door het geloof mag ik vergeving en eeuwig leven ontvangen. Nu al. En toch: het is slechts de rente van de totale erfenis. Door het geloof mag ik weten dat ook met het oog op mijn levenseinde geldt: sterven is erven. Ik mag de volledige erfenis in ontvangst nemen: ik mag thuiskomen in het Vaderhuis met de vele woningen. Om mij dan voor altijd te verwonderen over Zijn liefde!

Hij was nog maar begin 30 toen Zijn levenseinde kwam . . .

Het sterven van Alexander de Grote maakte een einde aan zijn rijk. Het sterven van Jezus heeft de toekomst van Zijn rijk gegarandeerd.

Ik hoor Hem nog zeggen: ‘Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken.’

ds. L.W. den Boer