We vieren dit jaar een jubileum. Zeventienhonderd jaar geleden was er een kerkvergadering in Nicea. Hier formuleerde de Kerk haar geloofsbelijdenis. Deze start
met de woorden: ‘Wij geloven in één God, de almachtige Vader’.
Wij geloven in één God
Elke Jood spreekt de kernbelijdenis van Israël meermalen per dag uit (Deut. 6: 4): ‘Hoor, Israël, de HEER is onze God, de HEER is één’. Er is maar één God, de God van Israël, de HEER, de God van het verbond. Hij is uniek en de enige die ons vertrouwen waard is.
De christelijke Kerk beaamt in navolging van Jezus (Mat. 22: 37) deze belijdenis (Ef. 4: 6). Wij geloven in één God.
De Vader
De ene God is niet een ‘iets’, ook geen gevoel of emotie. Hij is een ‘persoon’ met wie je een band kunt hebben, aan Wie je je kunt toevertrouwen. Zoals we in deel één van ons tweeluik over, respectievelijk moeder- en vaderdag, schreven, is God geen man en geen vrouw, God is God. We belijden Hem als Vader. Hij is vooral te kennen door Jezus, een man, maar ook door de Geest. Het Hebreeuwse woord voor ‘Geest’ (‘ruach’) is vrouwelijk! We moeten de mannelijkheid van God niet overdrijven, maar juist zorgvuldig luisteren naar wat de Bijbel met dit beeld bedoelt te zeggen. De dichter van Psalm 103 heeft zo mooi verwoord (103: 13) wat de Kerk belijdt als ze God Vader noemt: ‘Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen, zo liefdevol is de HEER voor wie Hem vrezen’. God is liefde, Hij heeft de wereld lief, Hij heeft ons lief.
De Almachtige
De Kerk belijdt dat God niet maar een vader is die het goed bedoelt en liefdevolle gevoelens koestert, Hij is ook almachtig (2 Kor. 6: 18). Direct komen vele vragen boven, belangrijke vragen. Hoe kan God, als Hij liefde is en almachtig is, het kwaad in de wereld toelaten? Wat bedoelt de Kerk als ze belijdt dat God de Vader almachtig is? Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Kleine kinderen kunnen soms enorm opscheppen over hun vader. Een reclamespotje voor de televisie van jaren geleden spreekt boekdelen. Twee ‘bekakte’ jongens zeggen achtereenvolgens: ‘Mijn vader is orthodontist’ en ‘Mijn vader is advocaat’. Een derde, een verlegen jongetje zegt daarop: ‘Mijn papa werkt bij McDonald’s’. Dat is voor hem het belangrijkste. Zo zijn er jongetjes die zeggen: ‘Mijn papa kan alles’. Kan hij dan alles? Nee, maar wat voor die jongen, dat zoontje, belangrijk is, dat kan hij. Zo is God de Vader. Hij kan alles wat belangrijk is voor het heil van Zijn kind. Hij is iemand aan wie je je kunt toevertrouwen. Hij weet en ziet meer dan wij. Hij leidt ons leven. Hij heeft genoeg in huis om Zijn plannen met ons te kunnen uitvoeren. Wat een zegen! Wij worden door God geholpen. We worden door Hem, onze Vader, verzorgd (vgl. Luc.11: 11-13). Wat zou het mooi zijn als aardse vaders aan de hemelse Vader een voorbeeld namen!