Zie wij gaan op naar Jeruzalem

Marcus 10: 33

Jezus spreekt het. Velen hebben het gezegd. David was de eerste. Vaak zeiden de mensen in Israël het met een blijde toon. Ze gingen op naar Gods Huis. Ze gingen om te danken of om te vieren. In latere tijden zeiden mensen het soms strijdlustig. De romeinen, de kruisvaarders, Arafat, de Hamas.
Na de tweede wereldoorlog zeiden de joden het vol hoop. Maar ze konden er eerst niet in. Ook nu moet er met angst afgewacht worden hoe het leven er zal zijn. Jezus spreekt tot Zijn discipelen: wij gaan op.
Hij ging met een bijzonder doel. Hij ging om Zelf het offer te brengen. Ja, om het offer te zijn. Tot in detail weet Hij wat er gaat gebeuren. Wat zal er in Hem omgegaan zijn. De Vredevorst zelf. De Messias. De Davidszoon. Langs de Jordaan gaat het. Door Jericho heen.
Daar zit een blinde man te bedelen. Bartimeüs. Als hij hoort dat Jezus van Nazareth voorbij gaat, begint hij te roepen. Jezus van Nazareth moet niet voorbijgaan. Die moet stoppen. En Bartimeus roept: Jezus, Zoon van David, heb medelijden met mij. Omstanders zeggen dan nota bene dat hij zijn mond moet houden. Maar gelukkig roept hij nog harder: “Zoon van David, heb medelijden met mij”. Bartimeus was blind, maar hij zag meer dan anderen. Hij zag in Jezus van Nazareth de Messias.
Jezus stopt. Wat wil je dat Ik doe? Here, dat ik ziende worde. En Jezus zeide: Ga heen, uw geloof heeft u behouden”. En terstond werd hij ziende en volgde Hem op de weg. Op de weg…. naar Jeruzalem dus.
Soms zijn wij geestelijk blind of verblind. Of zien wij het niet meer zitten. Roep het maar eerlijk in uw gebeden: Jezus. Zoon van David heb medelijden met mij. Hij laat geen bidder staan. Hij laat ook u en jou Zijn weg zien. Naar Jeruzalem gaat het. Naar het Kruis gaat het. Naar Pasen gaat het. Als Hij zegt: Zie wij gaan op naar Jeruzalem, dan klinkt er zelfs iets in door van het hemelse Jeruzalem. Wat zal het hemelse rijk zijn als Hij zegt: uw geloof heeft u behouden.
Zegen over uw weg in de lijdenstijd.

ds. A.H. Groen