Beloofd land

ā€˜Ik woon maar als vreemdeling bij u.
Geeft u mij hier een eigen graf, dan kan ik mijn
overleden vrouw uitdragen en begraven.ā€™
Genesis 23: 1-20 (vers 4)

Bij het vallen van de bladeren en bij de nadering van de laatste zondag van het kerkelijk jaar worden we er van bewust dat het leven als een kringloop is. Zoals er onvermijdelijk een herfst komt, nadat het voorjaar en zomer is geweest, zo eindigt een mensenleven onvermijdelijk op een begraafplaats. Soms gebeurt dat ook wel voordat iemand tot bloei is gekomen of zelfs gebeurt het bij een mensenleven dat nog in de knop is.

Ook Abraham heeft te maken met deze onvermijdelijke kringloop van het leven, wanneer zijn vrouw Sara is gestorven. Een leven lang hebben ze lief en leed samen gedeeld en nu is zij niet meer. En toch beseft Abraham dat hij een apart geval is. Hij is apart gezet. Hij heeft een stem gehoord, die hem wegriep uit die depressief makende kringloop van het leven. Hij heeft de vingerwijzing van God gezien, die hem wegriep uit alle bestaande zekerheden om hem op weg te laten gaan naar een onbekend land. Nu hij als een nomade in dat vreemde land leeft en zijn vrouw is overleden, wil hij graag een stukje land om zijn vrouw tenminste te kunnen begraven.

Ook wij zijn nomaden en misschien wel meer dan in vroeger tijden. Veel van onze voorouders waren geworteld in de grond waar ze waren geboren en opgegroeid. Hun voorouders leefden al op hetzelfde stukje grond en liggen op dezelfde plek begraven. Voor ons is dat allemaal niet meer zo vanzelfsprekend. We zijn mobiel en reizen kriskras door het land of over de wereld, niet langer geworteld en gegrond op een vast stukje aarde. Toch: zijn ook wij een geval apart? Hebben wij dezelfde stem gehoord? De stem die ons uit de sleur van de kringloop riep. Het woord van God, dat spreekt van een toekomst bij Hem. Wij zijn van voorbijgaande aard, maar Hij wil dat wij blijven. Want Hij blijft zelf, voor eeuwig en altijd.

Abraham moet er heel wat voor doen om het stukje aarde te verkrijgen. De oorspronkelijke bewoners willen hun bezit niet aan hem kwijt en als ze toegeven, moet Abraham een schrikbarend hoog bedrag betalen. Hoewel het hem heel wat kost, heeft hij het er voor over. Want dat stukje land is voor Abraham een voorproefje van Gods beloofde land, dat Hij eenmaal zal schenken.

Voor ons kan een stukje grond om te worden begraven van grote waarde zijn. Toch is er een andere toekomst, die Gods stem ons wijst. Het is de toekomst van God, de eeuwige nabijheid van Jezus Christus, de opgestane Heer en Heiland. Wij verwachten nog meer dan Abraham een beloofd land: een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Om een stukje van dit beloofde land te ontvangen is het nodig om te investeren in deze toekomst. Dat kan door ons leven uit handen te geven in de hand van God. Het kan door onszelf toe te vertrouwen aan Jezus Christus, die onze dood en ons graf deelde, maar opstond uit het graf!

J.W. Sparreboom